Remonstranten

De Remonstrantse broederschap zet zich in voor vrijheid en verdraagzaamheid. Lees meer »

Vrijzinnige Protestanten

Vrijheid van denken en geloven op basis van eigen inzichten en vragen is onze basis. Lees meer »

 

Eten, eten, eten, dat heb ik geweten

Vrijzinnig Centrum Vrijburg

door Dik Mook

Als kind was mijn dochter Ilja dol op worst en gefrituurde inktvisringen. Achter op de fiets wist ze me altijd zo ver te krijgen om te stoppen bij de viswinkel en smikkelde ze weer een bakje inktvisringen weg. Ook de slager kon haar begerige blikken richting de vele soorten worst niet weerstaan. Onderweg naar huis peuzelde ze van haar slagersbuit.

Op een dag had ik een feestelijke maaltijd bereid; een hele gegrilde kip met patatjes. Trots zette ik de mooi bruin gebakken, geurende kip op tafel. Toen ik de kip wilde aansnijden, zag ik tranen in Ilja’s ogen. Met horten en stoten kwam het hoge woord er uit: ‘Maar dit is een kip!’ Mijn goedbedoelde aanprijzingen dat we toch wel eens vaker kip aten werkten slechts averechts. ‘Ja, maar dit is een… KIP’ was het enige en terechte antwoord van haar. Na dit voorval heeft ze nooit meer iets wat ooit leefde gegeten. Door de aanblik van het herkenbare dier, het dier dat ze kende van de kinderboerderij, werd ze plotseling bewust van wat ze deed. Een bewustwording met verstrekkende gevolgen.

Met haar hoef ik niet naar de film Our daily bread, over de voedselproductie en -industrie die elk dier tot een steriel industrieproduct maakt. Veel kijkers naar deze film hebben geen zin meer in vlees en de meeste mensen die een abattoir bezoeken zeggen ook nooit meer vlees te zullen eten (wat ze meestal al snel weer vergeten).

In de bijbel krijgt het volk dat door de woestijn trekt naar het beloofde land (Exodus) van God te eten. Een interessante passage want het vlees, de kwartels, vallen als regen uit de hemel en het brood in de morgen is er ‘in overvloed’. Dat wil zeggen dat er te veel eten was. Ze lieten wat ze niet opkonden gewoon liggen… en als ze het wel probeerden te bewaren, bedierf het direct. Ik zie het helemaal voor me: iedereen at te veel. “Zonde om weg te gooien” hoor ik ze al zeggen, net als mijn moeder die dan tegen heug en meug maar weer de overgebleven aardappels op at.

Dit alles doet me denken aan een familieweekend waar we in een ‘onbeperkt eten’- buffetrestaurant aten. De eerste avond was ik zo enthousiast over dit paradijselijke fenomeen, dat ik veel te veel at onder het motto ‘zonde om te laten liggen’. Die avond kon ik niets anders meer dan stil blijven zitten, omdat bij elke beweging het gevaar dreigde dat ik zou moeten overgeven. De volgende dag had ik mijn lesje geleerd en was mijn motto ‘zonde om alles op te eten’.

Ons geweten kunnen we alle kanten op laten werken, kunnen we manipuleren zoals we willen, maar uiteindelijk zal de ervaring ons leiden naar verantwoord eten… als we willen.


februari 2007