Opstaan

door Dik Mook
De afgelopen weken werden we weer eens geconfronteerd met rampen en dood. Het vliegtuigongeluk bij Schiphol, het ingestorte archiefgebouw in Keulen, de grote brand in Zaandam.
Er zal niet snel een weldenkend iemand zeggen dat het niet zo erg is voor de slachtoffers, omdat ze toch wel weer zullen opstaan, ooit. Of dat het wel naar is voor de achterblijvers van de overledenen, maar dat het voor de gestorvene heerlijk is, nu hij zijn grootouders of dode geliefde weer terug zal zien. Toch zijn er gelovigen die op deze manier proberen de treurenden te troosten en ik denk vooral hun eigen angst voor de dood te beteugelen. Maar het helpt niet tegen dat intense verdriet van het verlies. Voor mij geldt zelfs het tegendeel. Hoe meer mensen mij gaan troosten met deze opstandingsverhaaltjes hoe meer ik in opstand kom. Ik kom in opstand tegen die fabeltjes die tegen mijn gezonde verstand ingaan. Ik kom in opstand tegen de projecties van angst van mensen op mijn verdriet. Ik kom in opstand tegen die emotionaliteit van mensen. En als ik dan in boosheid weer kan huilen om mijn verdriet, word ik al weer rustiger. En als er dan een arm om me heen wordt geslagen zonder clichéwoorden, dan kan ik weer opstaan en verder gaan.

Pasen is zo’n periode van opstand tot opstaan. De ervaring van de onrechtvaardige dood van een geliefde, de geliefde Jezus, maakt ons opstandig. Ga weg met je flauwe praatjes en laat me huilen en hem begraven. Dan pas kan ìk opstaan, als er een mens is die een arm om me heen slaat. Dan pas is het Pasen. Dan kan ik weer juichen en lachen. Dan pas is het Paasfeest.
april 2009


