Remonstranten

De Remonstrantse broederschap zet zich in voor vrijheid en verdraagzaamheid. Lees meer »

Vrijzinnige Protestanten

Vrijheid van denken en geloven op basis van eigen inzichten en vragen is onze basis. Lees meer »

 

Religieuze les

door Dik Mook

In Griekenland, waar ik vorige maand een week was, hebben veel mannen een gebedsketting bij zich. Net als rooms-katholieken en moslims hebben de orthodoxe christenen in o.a. Griekenland de gewoonte de hoeveelheid gebeden die ze doen, bij te houden met een kralenketting. Elke keer dat ze hetzelfde gebed doen, tellen ze een kraal af tot ze bij het begin zijn van de ketting, dat aangegeven wordt door een kwastje. Op die manier weten ze dat ze het gebed ‘x’ keer hebben gedaan. De kracht zit hem in de herhaling, de repeterende roep om gehoord te worden door God. Het aardige van deze methode is, dat je als buitenstaander kunt horen dat de biddende gelovige aan zijn volgende gebed begint, doordat hij met een routineachtig gebaar zijn ketting omkeert en je ‘klatsjklatsj’ hoort als teken dat de bede zich herhaalt.

Overal hoor je dit typerende geluid. Op terrasjes, in winkels, in de bus en op de veerboot. Als nuchtere Nederlandse vrijzinnige protestant groeit er bij mij bij elke ‘klatsjklatsj’ een weerstand tegen deze poppenkast van overleefde religieuze rituelen die hun betekenis hebben verloren. In veel winkeltjes zie je ze hangen, die kettingen, variërend in prijs van enkele Euro’s tot honderden Euro’s, van plastic tot geslepen edelstenen. De gedachte dat men vast denkt dat God beter luistert naar dure kettingen van prachtsteen aan gouddraad dan naar goedkoop plastic kettinkjes, kan ik toch niet onderdrukken.

Grieken zelf nemen deze geluiden niet meer waar, merkte ik, toen ik de autoverhuurder waarmee ik in gesprek kwam over zijn mooie land en gewoontes, vroeg naar mijn waarneming en de betekenis van dit gebaar. Na veel moeite kon hij zich indenken wat ik bedoelde. Hij kon zich niet voorstellen dat al die mannen werkelijk aan het bidden waren… “Tsja, het zou kunnen” was hij mij nog deels ter wille.

Op mijn laatste dag in Griekenland op een hip terras drink ik een hip kopje koffie, samen met veel ‘yup’achtige jonge Grieken. Overal hoor ik weer het ‘klatsjklatsj’ geluid en verbaas me over de religieuze houding van deze jongeren. Onwillekeurig kijk ik naar de kettinkjes die ze laten klinken. Tot mijn stomme verbazing zijn het merendeel de autosleutels van hun BMW’s die ze zo luid mogelijk laten horen. Een minachtende glimlach kan ik niet bedwingen.

Die middag loop ik over het prachtige witte strand en zoek nog een paar mooie stenen die ik in mijn zak stop. Ze zijn prachtig glad en onwaarschijnlijk mooi gevormd. Af en toe voel ik ze in mijn zak en laat ik ze even door mijn hand glijden; heerlijk en rustgevend. En als we tijdens de terugvlucht in een hevige turbulentie terecht komen, grijp ik onwillekeurig naar mijn stenen in mijn zak.

‘Klatsjklatsj’ hoor ik. Ik kijk om me heen, zie niemand met een ketting en langzaam dringt het tot mij door dat ik het ben; mijn hand, de stenen. De turbulentie wordt minder en de stenen laat ik los… ‘klatsj’.

juni 2008