Wat een eer!
door Lilian Roos,
deelnemer aan de Moldaviëreis
We staan in Zastînka, een dorp met naast ons een mooi bushokje en voor ons een waterput. We zien een mooi stukje gras waar we onze tent zouden kunnen opzetten. Een vrouw komt naar ons toe en ik vraag in mijn beste Russisch of we voor haar huis mogen kamperen. We verstaan een 'ja' en halen Willem, die op de spullen past bij het bushokje. De vrouw komt zo nu en dan eens kijken als ze water haalt bij de aan haar huis grenzende waterput. Als ze nog eens langskomt heeft ze nieuwe augurken meegenomen en nog eens later, komt ze terug met een bord vol met frambozen en suiker, allemaal voor ons.
Als de tent staat, gaan Willem en Ernst een winkeltje zoeken. Omdat Michel morgen jarig is, willen we eigenlijk nog iets van een cadeautje kopen, maar waar doe je dat in dit gat? Ernst en ik gaan terug naar het winkeltje, 2 bij 1,5 meter om te vragen waar we iets kunnen kopen. Ze gebaart ons met haar mee te lopen en laat ons een tas vol houtsnijwerk zien. Ze zegt, dat we iets mogen uitzoeken voor onze vriend. We kiezen voor een houten poppetje en vragen hoeveel het kost. Ze wil het ons graag geven en ze geeft mij een slang en vertelt er een verhaal bij, onverstaanbaar.

Foto: Ernst Blaauw: Lilian krijgt cadeautjes, Moldavië
We bedanken haar uitvoerig. Als we terug lopen naar haar winkeltje, wijst ze een geit aan en ik vraag of ze de melk ervan drinkt. Ja, dat doen ze wel. Op het moment dat we een pilsje opentrekken, komt een manke man voorbij gelopen en vraagt of hij bij ons mag zitten. Hij blijft net zo lang zitten, totdat wij hem een biertje aanbieden. Als ons vrouwtje bij ons komt, verstopt hij gauw de fles en zegt haar goedendag. Zodra ons vrouwtje weg is, gebaart hij dat ze niet mag weten dat hij een biertje aan het drinken is.
Later vertelt de vrouw iets in de trant van dat 'het de dorpsgek is.' We krijgen honger en zetten de soep op. Van de vrouw krijgen we een soort bouillon en nog wat groente. Dat past natuurlijk niet in ons pannetje en ik moet meelopen naar een soort bijkeuken, waar het stikt van de vliegen. Ze pakt een pan, maakt deze een beetje schoon en gebaart dat ik deze kan meenemen. Ik vraag haar of ze ook wat van onze fabriekssoep wil proberen. Eigenlijk wil ze niet, maar toch krijgen we haar zover. Ze eet wat en geeft de rest aan de hond. Zij vertelt, dat ze het een eer vinden dat zij, 'simpele' mensen, ons mogen ontvangen. Waarop wij antwoorden; dat we het bijzonder gastvrij vinden, en een eer, dat we zomaar worden uitgenodigd. En dat we daar niet op durfden te rekenen.
Op vrijdag 7 oktober 2005, was in de kelder van Vrijburg de verslagavond van de Moldaviëreis met een film van onze belevenissen. Voor een kort fragment uit het verslagboek: klik hier.


