Bescheidenheid

door Joost Röselaers
Jaarlijks ga ik met de Johanniter Hulpverlening als predikant mee met een vakantieweek voor gehandicapten. Het beeldmerk van de Johanniter Hulpverlening is het achtpuntige kruis. Dit staat symbool voor de acht zaligsprekingen. Deze acht zaligsprekingen zijn onlangs geactualiseerd. Ik werd persoonlijk zeer getroffen door de actualisering van de derde zaligspreking (zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven): ‘Wie bescheiden blijft, ruimte krijgt’.
In deze actualisering heeft het woord ‘bescheidenheid’ een positieve bijgedachte. Het is nastrevenswaardig, om bescheiden te zijn. Een tijd geleden hoorde ik een hele andere bijgedachte bij het woord ‘bescheiden’. Een vriend sprak mij ietwat verwijtend toe: ‘Joost, de gemeente Vrijburg en haar voorgangers moeten niet zo bescheiden zijn!’. Hij stoorde zich eraan dat er te weinig aandacht was voor de vele activiteiten die door Vrijburg worden ondernomen, door de inzet van vrijwilligers en voorgangers.
In onze tijd past geen bescheidenheid meer, aldus deze vriend. Je moet zo veel mogelijk mensen vertellen over activiteiten die je organiseert en successen die je boekt. Je moet jezelf kunnen verkopen. En vandaar dus dat mijn vriend mij aanspoorde om wat minder bescheiden te zijn.
Ik had moeite met deze opmerking. Zelf vind ik bescheidenheid namelijk een lovenswaardige eigenschap. Ik stoor mij gauw aan mensen die binnen vijf minuten hebben verteld wat ze allemaal gedaan hebben in hun leven, en hoe goed ze het met zichzelf hebben getroffen. Bij mij roept een tegenovergestelde houding juist veel waardering op: je voert bijvoorbeeld een gesprek met iemand, en hoort achteraf van iemand anders dat de persoon die je gesproken hebt een indrukwekkende carrière achter de rug heeft, of een heldhaftig verleden heeft. ‘Bescheidenheid gaat altijd samen met ware verdiensten’, zo las ik tijdens mijn studietijd bij de Franse filosoof Jean Jacques Rousseau. En dat geldt niet alleen voor heldhaftige of grootse verdiensten. Ik heb buitengewoon veel bewondering voor mensen in het onderwijs, die iedere dag weer met het grootste geduld les geven aan kinderen. De waardering binnen onze samenleving voor hen is niet zo groot. Zouden zij minder bescheiden moeten zijn? Moeten zij ook bij iedere gelegenheid gaan vertellen hoe fantastisch zij het doen? Ik moet ook denken aan de vele vrijwilligers binnen onze gemeenschap die zorg dragen voor de maandelijkse lunch, voor de bloemen op zondag, voor het vele bezoekwerk (en zo kan ik nog wel even doorgaan), zonder zich er op voor te staan. ‘Bescheidenheid gaat altijd samen met ware verdiensten’.
Wie bescheiden blijft, ruimte krijgt. Wie niet de hele tijd op de voorgrond hoeft te treden, of zichzelf wil bewijzen, schept ruimte voor een ontmoeting met een ander, en daarmee ruimte voor nieuwe inspiratie. Voor een dergelijke houding heb je het vertrouwen nodig, dat de ander jou en jouw inspanningen zal zien en waarderen. Het vertrouwen, dat jou niks tekort zal worden gedaan. Dat is een moedige houding. En dat brengt ons terug bij dat prachtige woord ‘zachtmoedig’ uit de zaligspreking. De zachte moed, om de ander centraal te stellen, en niet altijd jezelf. Zalig, daarom, de zachtmoedigen, zij die de moed hebben om bescheiden te zijn, want zij zullen de aarde beërven.
Juli 2011


