Aan het licht komen

door Dik Mook
Kleine kinderen spelen heel graag kiekeboe; ze verstoppen hun ogen achter hun handen, zijn een ogenblik stil en terwijl ze ‘kiekeboe’ roepen halen ze hun handen van hun gezicht af en kijken je dan stralend aan, hun ogen knipperend tegen het licht. Iedereen lacht dan, klapt en roept ook “kiekeboe-hoe”. Het kind denkt dat niemand het heeft gezien, omdat het zelf niets zag toen het de handen voor de ogen had.

In Lucas 11 vers 34 - 36 staat, na de tekst over het licht onder de korenmaat: “Het oog is de lamp van het lichaam. Als je oog helder is, is je hele lichaam verlicht. Maar als het troebel is, verkeert je lichaam in duisternis. Let dus op of het licht dat in je is, niet verduisterd is. Als je hele lichaam verlicht is, zonder dat ook maar een deel in duisternis verkeert, dan is het zo licht als wanneer een lamp je met zijn stralen verlicht.” Ja, de kinderen hebben de bijbel al begrepen voor ze hem kunnen lezen. Wat een prachtige overeenkomst! “Wordt als kinderen, anders komt er niets van het Rijk gods” zou je ook kunnen zeggen. Dat wil zeggen, dat we mogen oefenen om helder te zien, en dat doe je door af en toe je hoofd te verstoppen, je ogen te sluiten en heel hard “kiekeboe” te roepen en de wereld, de mensen om je heen nieuw te zien, zo helder als je kan, d.w.z. zo min mogelijk beïnvloed door je vooringenomenheid. Als je dat doet, straal je, zoals een kind straalt als hij kiekeboe roept. Laat het dus vooral duidelijk zijn: het licht waar je door verlicht wordt, komt niet van buiten, maar van binnen.
Er zijn van die kunstenaars die dat laten zien; zij spelen met licht, laten als het ware het licht uit het schilderij komen. Rembrandt is natuurlijk het mooiste voorbeeld. Niet alleen zijn schilderijen ‘geven licht’, maar vooral zijn personages die hij schildert stralen licht.
Een paar jaar geleden, tijdens een maaltijd in de jongerenkelder van Vrijburg, vroeg een van de aanwezige jongens het woord omdat hij iedereen wat wilde zeggen. “Ik heb ontdekt dat ik homo ben” zei hij. Het was even heel stil, waarna we allemaal applaudisseerden. Hij was opgelucht dat hij eindelijk uit de kast was gekomen, hij straalde en zei dat hij het nu gauw aan zijn moeder zou vertellen. Het mooie was, dat velen al lang hadden gezien dat hij homo was, maar hijzelf dacht dat niemand het zag, omdat hij het zelf nog niet gezien had. En we waren allemaal blij en praatten honderd uit over zijn ervaring. En dat is zo gebleven. Hij is een ander mens geworden in de kelder; en de anderen ook, met hem.
Dat is aan het licht komen, dat is uit de kast komen, dat is van uit je tenen “kiekeboe” roepen, dat is licht stralen, dat is weten dat het licht dat in je is, niet verduisterd is.
Ja, de bijbel begrijpt de kinderen en al de mensen die in de kast zitten.
Januari 2010


