Op kelderreis

door Jelle de Graaf

Sinds ik terug ben uit Moldavië en Transnistrië, waar we de tweede helft van juli met onze tieners waren, vragen mensen me steeds hoe mijn vakantie was. De vraagt prikkelt me. We zijn toch helemaal niet op vakantie geweest? We hebben een reis gemaakt. Een kelderreis nog wel. De meest spartaanse vorm van reizen waarbij urenlange ritten in overvolle busjes zonder airco, rondsjouwen met te zware backpacks, dagenlang zelfgekookte eenpansprutjes eten en chronisch slaapgebrek de norm zijn. Ik snap dat onze reis – net als een gewone vakantie – begint met inchecken op Schiphol en – net als een gewone vakantie – eindigt met terugkomen met een bruine kop. Maar een kelderreis is zoveel meer dan vakantie.
Op een kelderreis word je in het diepe gegooid. Eens in de paar dagen komen we op een centrale plek samen met de hele groep maar tussendoor moet je jezelf maar zien te redden in een klein groepje jongeren met minimaal budget. En dat zorgt voor bijzondere ervaringen. Drie van onze jongeren hebben een weekend wildgekampeerd met een Amerikaans-Moldavisch gezin en de verschillen tussen Oost en West besproken. Een ander groepje heeft twee dagen rondgebracht met een Afghanistan-veteraan uit het Rode Leger die zijn pompstation sloot om ze het land te laten zien, zijn volledige wapencollectie tevoorschijn haalde en ze trakteerde op kaviaar en wodka. Weer een ander groepje bevond zich opeens in het onafhankelijk verklaarde Transnistrië waar nog altijd een bataljon Russische blauwhelmen ‘de vrede bewaakt’ omdat de grens iets verlegd was zonder dat ze dit doorhadden. Als je weg bent met de kelder beleef je iets dat je anders niet zou tegenkomen.

gepubliceerd op 1 september 2016



Alle columns