Het geheim van het getal

door Liesbeth Baars

Wie het geheim van de getallen kent, die begrijpt de diepere betekenis van alle dingen die bestaan en het verband daartussen.

Zo dacht Pythagoras, de oude rekenmeester. Hij geloofde dat de even en oneven getallen de twee tegenstellingen zijn die spanningen veroorzaken in het heelal. De even getallen staan voor het geestelijke en manlijke, de oneven staan dan voor het stoffelijke en vrouwelijke. Maar vanaf de vroegste tijd al verwonderen mensen zich over het eigen lichaam: één hart, twee ogen en oren, twee handen en voeten met vijf vingers en tenen. En ruimte en tijd worden in getallen verdeeld en geordend. Vaak echter zien wij daar meer in dan zomaar een getal. Pas op voor de 13 en vooral als deze met de vrijdag in verband staat! De 11 mag er zijn en wie 50 jaar wordt ziet Abraham of Sarah. Ook in de bijbel spelen getallen een grote rol. Te beginnen bij de 1. Die behoort aan God, want er staat; ‘Hoor, Israël, de Heer onze God is de enige God’ (Deuteronomium 6:4). In beginsel is er de eenheid. Maar dan, met de zondeval, valt deze uiteen in goed-kwaad, vrouw-man, leven-dood. Zo is het getal 2, dat van tegenstelling en aanvulling tegelijk. Een paar is ook twee. De 3 geldt in alle culturen als het bijzondere, waarin de dualiteit wordt overwonnen. Begin, midden en einde worden erin samengevat – verleden, heden, toekomst – vader, moeder, kind – Osiris, Isis en Horus – Vader, Zoon en Heilige Geest. Alle goede dingen komen in drieën. Drie is ook het symbool van grote bedreiging van het leven, van duisternis en de overwinning daarop. Drie dagen en drie nachten verblijft Jona in de buik van de vis. Jezus herinnert hieraan als hij spreekt over zijn dood en opstanding: ‘Zoals Jona drie dagen en drie nachten verbleef in de buik van het zeemonster, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde’ (Mattheus 12:40).

Een bijzondere symboliek zit in het getal 40. Veertig is de tijd van een generatie en het is de tijd waarin veranderingen in de samenleving hun beslag krijgen. In de bijbel komt deze tijd nogal eens voor als een cruciale periode van leren en volhouden, van kwaad en kwaad doorstaan. Noach leefde veertig dagen en nachten in de ark tot de regenboog zichtbaar werd. En de Israëlieten trokken veertig jaren na de uittocht uit Egypte door de woestijn tot zij het beloofde land bereikten. De profeet Elia ging, de wanhoop nabij, door de woestijn naar de berg Horeb en ontmoette er God. Ook Mozes was alleen op de berg, veertig dagen en veertig nachten lang, toen God hem de tien regels gaf als richtingwijzers voor een beloftevolle goede toekomst.

En veertig dagen duurt het Hindoestaans Holika-feest waar, op de veertigste dag met een groot vuur afgerekend wordt met het kwade. In de verhalen rond Jezus wordt verteld over een veertigdagentijd die vooraf gaat aan zijn levensopdracht om het rijk van God te laten zien op aarde. Veertig dagen en veertig nachten verbleef hij in afzondering in de woestijn. Veertig dagen liggen er tussen de opstanding en Hemelvaart (Handelingen 1:3). Maar op de vijftigste dag na Pasen daalt de Heilige Geest neer op de leerlingen, op Pinksteren (Pentecoste) de dag waarop de oogst wordt gevierd. In het licht van deze verhalen symboliseert het getal veertig een voorbereidingstijd, een tijd waarin in ons rijpt en groeit waar wij goed in zijn en wat ten goede komt aan anderen. En meer dan de tijd van de klok is het de innerlijke ruimte om gebeurtenissen in ons leven een plaats te geven, om na te denken over veranderingen en om in het reine te komen met onszelf en waarin wij hebben gefaald ten opzichte van anderen. Het geheim van veertig is misschien wel de geestkracht, die wij in ons leren vinden om ruimte te ontvangen en ruimte te creëren voor nieuwe mogelijkheden. Aan de veertigdagentijd voor Pasen, die begint op Aswoensdag 1 maart, wordt deze waarde geven. Het is als een op weg zijn naar Pasen, naar de lente en de bloei van elk leven

geschreven op 23 maart 2006