Lieve Zee, #280

door Vrijzinnige Miniaturen

Geschreven door Carolien Morée
Voorgelezen door Sanne van Deursen
Geluidsmontage Seth Mook
Thema: Brief aan
Titel: Lieve Zee

 

Lieve zee,
Graag vertel ik je over mijn verlangen naar jou, ja soms kan ik echt heimwee hebben naar je.
Afgelopen week was ik aan het strand. Ik stond boven aan het duin, te midden van het helmgras en keek naar je. Er begon iets in mij te juichen en ik voelde me gelukkig. Het was een strak blauwe lucht, en een frisse wind en helder. De huizen op het land en de schepen op zee staken scherp omlijnd af tegen de horizon. Het voelde als thuiskomen.
Waar komt mijn fascinatie met jou vandaan, met je golven, je strand, je zilte geur. En met het licht op je golven.
Als kind kwam ik vaak in Scheveningen, later in Zoutelande en Domburg. En Vlissingen met de boten die langsvoeren naar open zee. Nog later de Waddeneilanden met eindeloos brede stranden.
Lange wandelingen langs je waterkant, met een flinke windkracht, zon en schuimkoppen op je woeste golven, met dat prachtige licht! Tijdens mooie zonnige warme dagen een glad wateroppervlak als in een meer.
Zee, je vertoont je in zoveel verschillende gedaanten. Van kalm en glad en lieflijk, tot woest, onstuimig en soms verwoestend. Steeds in wisselende kleuren en tinten. Grijs, donkergrijs, zwart, groen, blauw. Tijdens vakanties in Zuid Europa was je vaak azuurblauw. En met een heel ander licht dan aan de Nederlandse kust.

Ik was 7 jaar en ik was met mijn ouders en zus en broertje op vakantie in Zoutelande; een avondwandeling op de dijk in het donker met de maan boven je; spannend en geruststellend tegelijk, beschermd door mijn ouders.
Is het heimwee naar die bescherming? Heimwee naar al die verschillende gedaantes? De natuurlijke bescherming van mijn ouders is er niet meer, die ik als kind als vanzelfsprekend ervaarde.
Heimwee heeft te maken met verlangen naar iets wat er geweest is, en wat niet meer terugkomt, wat je mist. Heimwee heeft ook met rouw te maken. Verdriet om wie of wat er niet meer is.
Lieve zee, is het verlangen naar troost, dat ik zoek en die mij zo in jou trekt? Het troostende van je golven die komen en gaan, van je eeuwigheid, van de vele verschillende luchten, en je wisselende kleuren? Je onvoorspelbaarheid en soms donkere verwoestende geheim?
Ik kan als het stormt aan zee hard lachen, schreeuwen en huilen; de wind en de golven nemen mijn geluid, geluk en verdriet mee. En ik kan stil worden. Ik ervaar bij jou iets van kairos, van de tussentijd, van het goddelijke, het niet benoembare. Ik kan mijn gedachten en gevoelens laten vertrekken vanaf je kust en dromen tot in de oneindigheid, opgenomen door en geheven op je golven.

Het wandelen is verleden tijd; dat kan ik niet meer. Daar heb ik zeker heimwee naar, een mild en verdrietig verlangen om kilometers ver te kunnen lopen langs je waterkant en soms in het water.
Gelukkig kan ik blij zijn om bij je te zijn, kan ik naar je kijken, de prachtige luchten en het licht zien en je ruiken, en me blij en getroost voelen.
En ik kan juichend het lied zingen, dat dichtte:
Aan u behoort, o Heer der heren, de aarde met haar wel en wee,
de steile dalen, koele meren, het vaste land, de onzekere zee.

gepubliceerd op 14 november 2023



Alle columns