Beste vijand, wie ben je eigenlijk #358

door Vrijzinnige Miniaturen

Foto: Tima Miroshnichenko / Pexels

Geschreven door Philipp de Vries
Voorgelezen door Sanne van Deursen
Geluidsmontage Seth Mook
Thema: Brief aan mijn vijand
30 september 2025
Titel: Beste vijand, wie ben je eigenlijk

 

Beste vijand,

Wie ben je eigenlijk? Ik wil je nader leren kenen.

Ken je ook de Joodse traditie bijvoorbeeld met Pesach een plekje extra vrij te laten aan tafel, voor het geval dat de profeet Elia langskomt, maar met name natuurlijk symbolisch: een teken van gastvrijheid, openheid, een uitnodigend gebaar.
Een brief aan jou te schrijven, beste vijand, voelt als een soortgelijk gebaar: ik dek mijn tafeltje (een intieme, vriendschappelijke, knusse thuissetting) en weet eigenlijk niet echt wie daar komt aanschuiven.
Mijn gastvrije gebaar vraagt om oprechte nieuwsgierigheid, belangstelling en ook vriendelijkheid. En ja daar kom je dan, zonder dat ik het echt wil, maar ook zonder dat ik nee kan zeggen:

Jij overheerst het gesprek wel degelijk, je bent een luidruchtige gast.
Meestal probeer ik je te negeren, een avondje even zo te doen alsof je er niet bent, niet bestaat in deze stad, ons Mokum.
Mijn excuses dat ik met deze brief de kans grijp om eerst mijn angst, frustratie en onbegrip te uiten. Vooral na de laatste verkiezingen hier in Nederland waar ik voor het eerst als nieuwe Nederlander mocht stemmen, was je namelijk overal in mijn leven:
Op mijn school bijvoorbeeld. Mijn met name islamitische leerlingen waren bang voor je. Zo pikte ik een gesprek op van een groep leerlingen: “Ik heb gelukkig een oom in Marokko, als ik echt weg moet dan hebben we tenminste onderdak”. Een andere leerling antwoordde: “dan heb je geluk man, mijn ouders, grootouders, mijn hele familie woont in Nederland, ik weet echt niet wat dan gebeurt, waar wij heen kunnen”.

In mijn gemeenschap was je ook aanwezig: mijn transvrienden, mijn non-binaire vrienden, ik als homoman, we maakten ons zorgen. Soms paai je ons namelijk, door te zeggen dat als ‘die anderen’, bijvoorbeeld mijn leerlingen die ook bang voor je zijn, hier niet meer zijn, wij dan pas veilig zouden zijn.
In gesprekken ben je er ook, hoe meer ik me verzet hoe erger. Jij bent er veel dus, maar ik ken je niet.

Wat ik doe (proberen om bruggen te slaan) noem je eindeloos theetjes drinken en slap gedoe en ‘daar ben je nu echt klaar mee’, zeg je dan. Jouw beste vrienden wonen in Hongarije en sinds kort ook weer in de VS. Ik wil je begrijpen, maar door al het geschreeuw heen is het zo moeilijk.
Jij daagt me uit. Mijn mensbeeld, mijn rotsvaste overtuiging dat iedere mens een ondeelbare waardigheid heeft, vind jij geneuzel, woke gedoe. Een beetje spieren en lef mogen er wel zijn volgens jou.
Het kan me ook nauwelijks troosten dat je privé zeker tedere, zachte en domweg gelukkige momenten hebt. Niet dat ik ze jou niet gun, maar jij maakt het leven in het openbaar zo ontzettend moeilijk.

Ik zou dan ook graag willen weten: Wat bezielt je? Waar zit jouw pijn? Niet om jouw positie
te pathologiseren, te kleineren, of te ondermijnen, maar gewoon om je weer terug te halen naar een plek van veiligheid, verdraagzaamheid en liefde. En hierin schiet ik tekort.
Jij herinnert me aan mijn falen ten opzichte van het ideaal van Christus van onvoorwaardelijke naastenliefde. Misschien herinneren we elkaar te veel aan elkaars demonen, tekortkomingen en angsten?

Ik weet dat alles wat ik je hier schrijf voor jou allemaal gebabbel is en daar ben je niet zo van. Maar ik maak me zorgen, en gun je zo dat jij ziet hoe mooi en rijk de wereld is; de wereld van mijn leerlingen, mijn gemeenschap. Misschien, beste vijand, is het ooit mogelijk om weer een wereld te delen? En, om met de theoloog Dietrich Bonhoeffer te spreken: “We zien in het hiernamaals niet alleen onze geliefden, ook alle anderen…”.
Tot dan moeten we deze wereld delen, elkaar blijven uitdagen, en ik besef mijn
Tekortkoming, ik wil maar ik kan je nauwelijks liefhebben.
Dit maakt mijn ontzag voor het voorbeeld dat Jezus ons gaf nog groter. Zie de mens!

Met warme groeten,
Philipp.

gepubliceerd op 30 september 2025



Alle columns