Buskruit #383

door Vrijzinnige Miniaturen


Illustratie: Nevtug, Pexels

Miniatuur 383

Geschreven door Nathan Tax
Voorgelezen door Nathan Tax
Geluidsmontage Seth Mook
Thema: Raak!
31 maart 2026
Titel: Buskruit

 

Buskruit
We zijn in een “kathedraal van soevereiniteit”, verklaart de stem die door de ruimte galmt. De ruimte is zo groot als twee voetbalvelden. Het is het huis van “de Onverschrokkene”, zegt de stem, die zichzelf de “waarborg” noemt. Waarborg waarvan? Van de vrijheid, pretendeert hij. Die kunnen we alleen nog behouden door “gevreesd te worden” en “machtig te zijn”.

In werkelijkheid zien we kaal beton om ons heen, met gele pijpleidingen rondom en blauwe balken van vuistdik staal. Beneden, drijvend in het water, gaat een reusachtig gevaarte schuil. De muur in de verte is in drie verticale banen geschilderd: links blauw, rechts rood en middenin wit. De man op de kansel wordt eenzijdig geflankeerd door twee vlaggen, waarvan de achterste lijkt te schuilen achter de voorste.

Hij spreekt over een wereld die gevaarlijker wordt, over machten die de onze al ver te boven gaan en nóg hun arsenalen uitbreiden. Tot dan toe was de notie van oorlog op ons continent slechts als vage zwart-witbeelden in mijn bewustzijn voorbij gekomen, gepaard met een diepgevoeld maar onpersoonlijk verdriet. Ik kon het niet bevatten – maar ik hóefde het ook niet te bevatten.

Dan klinkt er eerst tromgeroffel, daarna kris-kras kwetterende trompetten, terwijl mijn hart sneller begint te kloppen. Langzaam dringt het tot me door: deze kathedraal is een loop, dat zwarte gevaarte een kogel, degene die ons toespreekt de trekker. En het publiek, ik? Het buskruit. Met zijn toespraak spant Macron de haan van het wapen waarin we ons bevinden. Klaar om te vuren.

Het kopergeschal danst zicht een weg naar een grijnzend dominantakkoord. En dan barsten de Franse stemmen uit in hetzelfde strijdlustige gezang als de revolutionairen zongen in 1792. Het strijdlied doet de angsten die de president net nog opriep samenvloeien met mijn zorgen over het ritueel dat zich voor mijn ogen voltrekt. De eerste de brandstof, de tweede zuurstof. Snikkend en naar adem happend voltrekt zich in mij een ontbranding.
De kelen bezingen hoe het bloed, hún bloed, zich vermengt met dat van de tegenstander en samen de akkers doordrenkt en de toekomst vruchtbaar maakt. Ik voel hoe de geestelijke notie van oorlog zich een weg graaft naar beneden. Eerst langs die brok in mijn keel en daarna dwars door mijn bonkende hart. Als een spons zuigen de zwart-wit beelden zich vol leven. Met ruwe slagen leggen ze ten slotte een zeemansknoop in mijn ingewanden: een kunstige vlecht van walging, respect, macht en verdriet.

Maar vrijheid? Tot wat of waarvan, dat voel ik niet. Op de oude plek van de nieuwe realiteit resteert slechts een geestelijke notie. Een pretentie, in stil zwart-wit.

gepubliceerd op 31 maart 2026



Alle columns