Het verlangen mijn doel te missen #395

door Vrijzinnige Miniaturen


Illustratie: Babyfoto fractal

Miniatuur 395

Geschreven door Margot Brouwer
Voorgelezen door Sanne van Deursen
Geluidsmontage Seth Mook
Thema: Raak!
23 juni 2026
Titel: Het verlangen mijn doel te missen

 

Het verlangen mijn doel te missen

Eindelijk is onze dochter geboren. Ik houd haar in mijn armen, kijk naar haar en zie… mezelf. Ze is een kopie van mij, en tegelijk een geheel nieuw mens. Ik moet denken aan een spelletje dat ik vroeger op school speelde als ik me verveelde. In mijn schrift tekende ik een grote driehoek. Daarna op elk van de drie zijden een kleinere driehoek, waardoor een zespuntige ster ontstond. Op de zijden daarvan tekende ik weer twaalf kleinere driehoekjes, enzovoort – tot de driehoekjes zo klein werden dat mijn pen te dik was om ze nog te tekenen. In de wiskunde bestaat een naam voor zulke eindeloos herhalende patronen: fractalen. Nu ik me heb voortgeplant, voel ik me ineens onderdeel van zo’n fractal. Ik denk aan de vormen die mij hebben voortgebracht – mijn ouders – en degenen die hen hebben voortgebracht, en wie hen weer… Ik hap naar adem, verdrink in de eindeloos opvolgende generaties. ‘Wat is het doel van dit alles?’ vraag ik me af, lichtelijk benauwd.

Het idee dat al het leven met een bepaald doel geschapen is, heeft eeuwenlang de theologie en het dagelijks leven gedomineerd. Ik herinner me een preek in Vrijburg over de zonde. De predikant legde uit dat het Hebreeuwse woord voor zonde, chattat, eigenlijk ‘je doel missen’ betekent. En ook in het Nieuwe Testament is het Griekse woord hamartia een term uit de boogschutterij. In deze vrijzinnige interpretatie maakt ‘zonde’ je niet tot een slecht mens, maar tot een mens die zijn best doet het doel te raken en daarbij soms – onbedoeld – mist. Een geruststellende gedachte, veel milder dan de boetepreken van weleer. En toch knaagt er iets. Want als zondigen ‘je doel missen’ betekent, dan is er dus een door God gegeven doel dat wij moeten raken. Maar wat als dat doel er helemaal niet is?

Toen Charles Darwin in 1859 De oorsprong der soorten publiceerde, schoof hij het doeldenken ruw opzij. Het leven ontvouwt zich niet volgens een plan, maar via een miljarden jaren durend proces van natuurlijke selectie. Organismen die lang genoeg overleven om zich voort te planten, geven hun genen door aan de volgende generatie; andere verdwijnen. Voortbestaan en voortplanting blijken de voorwaarden waaronder het leven zich voortzet. Niet met een doel, maar omdat logischerwijs de soorten die zich voortplanten blijven bestaan. Het leven blijkt geen project met een eindpunt, maar een vertakkend fractalpatroon dat zichzelf eindeloos blijft tekenen.

Het is een patroon waar ik altijd al deel van uitmaak. En toch voelt het anders, nu ik naar mijn dochter kijk. Opeens voelt het alsof ik erin vastzit. Alsof het bestaan even opkijkt en denkt: ‘Raak. Weer een voortzetting verzekerd.’ Alsof ik, zonder het te weten, heb meegewerkt aan iets wat niet het mijne is. Alsof mijn leven – en dat van haar – slechts schakels zijn in een keten die nergens naartoe leidt, en toch maar doorgaat. Plotseling voel ik me opstandig, rebels. Want of het nu een God is die heeft bepaald welk doel ik moet raken, of genen die mij gebruiken om zichzelf te herhalen, beide voelen als een vorm van onderwerping. Alsof mijn bestaan slechts gerechtvaardigd is voor zover het ergens toe dient.

Maar wat als het bestaan méér mag zijn dan wat nuttig is? Wat als zin niet samenvalt met doel? Misschien begint zin juist waar het doel verdwijnt: in het frivole, het overbodige, het spel, het onvoorspelbare. Opeens verlang ik ernaar de lof te zingen van de ‘zonde’: van het missen van je doel. Want misschien is doelbewust missen wel het meest menselijke wat we kunnen doen. Dus rebelleer tegen het bestaan, en doe vandaag iets wat volstrekt geen zin heeft. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.

gepubliceerd op 23 juni 2026



Alle columns