Vrijzinnige miniatuur #10

door Podcast Collectief

Noem mij bij mijn diepste naam…

Deze zin drukt het verlangen uit om aangesproken te worden met je naam, de naam waarmee je gekend wordt en die deel uitmaakt van wie je bent. De meeste mensen gebruiken hun leven lang dezelfde roepnaam, de naam die hun ouders aan hen gegeven hebben. Maar soms verandert er iets: ik ken mensen die in de loop van hun leven hun roepnaam hebben veranderd in hun doopnaam, omdat ze die mooier vinden, of beter vinden passen bij wie ze zijn of hoe ze zich voelen. Het is dan wel even wennen, maar zo willen ze voortaan aangesproken worden: noem mij bij mijn diepste naam, bevestig mijn bestaan, dichtte Neeltje Maria Min.
Haar gedicht gaat over het verlangen gekend te worden, aangesproken te worden bij een naam die van jou is, als een essentieel deel van jezelf, het zegt iets over wie je bent.

Ik had een oom die mijn tweede doopnaam (Wendelmoet) zo mooi vond, dat hij me daar altijd mee aansprak, was een bijzondere ervaring. Mijn vader noemde me heel soms zo, maar oom Willem deed dat altijd, en dat maakte dat ik me anders aangesproken voelde. Het was iets bijzonders tussen hem en mij, alsof hij een stukje van mezelf aan de oppervlakte haalde dat voor anderen verborgen bleef. Als hij mij groette, wist ik: o ja, dat ben ik ook!
Meestal keken we elkaar dan even wat langer aan …

Dit is het gedicht van Neeltje Maria Min:

Mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam
Voor wie ik liefheb wil ik heten.

gepubliceerd op 18 september 2020



Alle columns